Banner-Stefaan

ONTHULLINGEN van SEKSUEEL MISBRUIK

Sexual assault remains the most underreported violent crime to any authority.
Disclosure of sexual abuse is often a process, not a single event.

Mitru Ciarlante

Kinderen die seksueel misbruikt werden, vertellen dit vaak niet of pas (veel) later. Als gevolg daarvan kunnen kinderen langer of herhaaldelijk misbruikt worden en krijgen ze geen gepaste begeleiding. Er zijn vele verschillen tussen de kinderen met betrekking tot een onthulling (disclosure). Seksueel misbruik is veelvuldig een niet gedetecteerd misdrijf met meestal geen getuigen. Onderzoek suggereert dat de meeste zaken inzake seksueel misbruik bij kinderen nooit aan de authoriteiten wordt bekendgemaakt (Martin Erin en Silverstone Peter, 2013).

Het onthullingsproces is divers en uniek voor ieder kind. Een kind kan een volledig en gedetailleerd beeld geven over het misbruik of het kan stukjes informatie doorheen de tijd, niet chronologisch en aan verschillende personen, weergeven (Ciarlante Mitru, 2007). Begrijpen hoe kinderen onthullen is goed gedocumenteerd. Doelgericht of accidenteel zijn de twee meest gebruikte typologieën inzake onthulling (Alaggia Ramona, 2004/1) (Collings Steven en anderen, 2005). Accidentele onthullingen kunnen plaatsvinden wanneer een fysisch symptoom wordt ontdekt of wanneer het kind gedragsmatige of emotionele symptomen vertoont (Shackel Rita, 2009).

Een recente studie bij 60 jonge mannen en vrouwen in de UK vindt 8 manieren van onthulling: direct, indirect verbaal, partieel verbaal, accidenteel direct/verbaal, gesuggereerd, nonverbaal/gedragsmatig, herroepen en geassisteerd (Allnock Debbie en Miller Pam, 2013). De auteurs benadrukken de verschillende strategieën inzake onthullingen waaronder ambigue verbale mededelingen en nonverbale, in de vorm van het schrijven van letters. Nonverbale onthullingen ziet men meer bij jongere kinderen en komt tot uiting via rollenspel of tekenen. In de literatuur ziet men de consensus dat vele kinderen wachten met hun onthullingen tot ze volwassen zijn (Alaggia Ramona, 2004/2) (Hunter Sally, 2011) (London Kamala en anderen, 2008).

Als kinderen denken dat hun onthulling op een positieve reactie mag rekenen (geloofd worden, ondersteund worden, luisteren), kan hen dat aansporen en de onthulling als positiever te aanzien (Ullman Sarah, 2003). Het kind kan onder druk worden gezet zodat het zijn verklaring gaat intrekken. Dat wil niet zeggen dat het misbruik niet heeft plaatsgevonden (Malloy Lindsay en anderen, 2007) (London Kamala en anderen, 2005). Dat stelt grote uitdagingen aan iedereen die in deze materie op zoek is naar de waarheid.

Literatuur

Alaggia Ramona. Many ways of telling: Expanding conceptualizations of child sexual abuse disclosure. Child Abuse & Neglect, 28(11), p. 1213-1227, 2004

Alaggia Ramona. An ecological analysis of child sexual abuse disclosure: Considerations for child and adoslescent mental health. Journal of the Canadian Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 19(1), p. 32-39, 2004

Allnock Debbie en Miller Pam. No one noticed no one heard: a study of disclosure of childhood abuse. NSPCC, United Kingdom, 2013

Ciarlante Mitru. Disclosing sexual Victimization. The Prevention Researcher, 14(2), 2007

Collings Steven en anderen. Patterns of disclosure in child sexual abuse. South African Journal of Psychology, 35(2), p. 270-285, 2005

London Kamala en anderen. Disclosure of Child Sexual Abuse: What Does the Reseaerch Tells Us About the Ways That Children Tell? Psychology, Public Policy, and Law, 11(1), p. 194-226, 2005

London Kamala en anderen. Review of the Contemporary Literature on how children report sexual abuser to others: Findings methodological issues, and implications for forensic interviewers. Memory, 16(1), p. 29-47, 2008

Malloy Lindsay en anderen. Filial Dependency and Recantation of Child Sexual Abuse Allegations. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 46(2), p. 162-170, 2007

Martin Erin en Silverstone Peter. How Much Child Sexual Abuse is “Below the Surface”, and Can We Help Adults Identify it Early? Frontiers In Psychiatry, 4, p. 58, 2013

Hunter Sally. Disclosure of child sexual abuse as a life-long process: Implications for health professionals. Australian and New Zealand Journal of Family Therapy, 32(2), p. 159-172, 2011

Shackel Rita. Understanding Children’s Medium for Disclosing Sexual Abuse: A Tool for Overcoming Potential Misconceptions in the Courtroom. Psychiatry, Psychology and Law, 16(3), p. 379-393, 2009

Ullman Sarah. Social Reactions to Child Sexual Abuse Disclosures: A critical Review. Journal of Child Sexual Abuse, 12(1), p. 89+121, 2003

NAAST HET LEED DAT KINDERMISHANDELING BIJ SLACHTOFFERS AANRICHT, KOST HET DE MAATSCHAPPIJ EEN FORTUIN.

In 2013 werden 10.017 kinderen minstens één keer aangemeld bij de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK) (Kind en Gezin, 2013). Met de VK’s wordt voor uiteenlopende zaken contact opgenomen. Het kan gaan over concrete situaties van kindermishandeling: seksueel geweld, fysieke mishandeling of verwaarlozing, emotionele mishandeling of verwaarlozing. Nog andere contactopnames blijken te gaan over onduidelijke problematieken.

Uit onderzoek uit 2010 blijkt dat jaarlijks ruim 118.000 kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar in Nederland (ruim 3%) blootgesteld worden aan kindermishandeling (Eimers Ditty, 2012). Ziekenhuizen, medische kleuterdagverblijven en instellingen voor jeugdpsychiatrie registreren vaker dan vroeger bij hoeveel behandelde kinderen sprake is van kindermishandeling. Vergelijk de 11 miljoen inwoners in België met de 17 miljoen in Nederland. Mits extrapolatie zouden we in België moeten uitkomen op circa 80.000 kinderen die jaarlijks het slachtoffer zijn van kindermishandeling.

In 2004 was gezondheidseconoom Willem Jan Meerding, senior adviseur bij de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, de eerste die zich in Nederland waagde aan een berekening van de kosten van kindermishandeling. Enkele jaren daarvoor had de Amerikaanse wetenschapster Suzette Fromm Reed al een schatting gemaakt van wat kindermishandeling de Amerikaanse samenleving kostte: 94 miljard dollar per jaar. Meerding kwam voor Nederland uit op minimaal 965 miljoen euro per jaar. Het ging om een uiterst voorzichtige schatting. In zijn onderzoek liet hij een belangrijke kostenpost buiten beschouwing: inkomstenderving als gevolg van kindermishandeling.

Over welke kosten hebben we het eigenlijk? Allereerst gaat het over directe kosten als gevolg van kindermishandeling. Daaronder vallen bijvoorbeeld medische zorg en hulpverlening aan mishandelde kinderen: ziekenhuisopnames en medische hulp vanwege gebroken botten, hersenletsel, doofheid, oogbeschadigingen, enzovoort. Ook psychische hulp hoort erbij. Het is bekend dat mishandelde kinderen vaker posttraumatische stress, stemmings- en angststoornissen en gedragsproblemen hebben. In de puberteit hebben ze ook nog een verhoogd risico op verslaving aan tabak, alcohol en drugs. Een tweede kostenprijs is de opvang van mishandelde kinderen in medische kleuterdagverblijven, jeugdhulpverlening en instellingen voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Bijna 35% van de kinderen in deze instellingen is slachtoffer van kindermishandeling, blijkt uit onderzoek (Eimers Ditty, 2012). We kunnen hier ook nog de kosten voor het opsporen en bestrijden van kindermishandeling bij optellen.

Naast de directe kosten zijn er ook de indirecte kosten die te maken hebben met het minder goed functioneren van mishandelde kinderen. Ze hebben vaker concentratie- en leerproblemen. Ongeveer een kwart van de mishandelde kinderen heeft speciaal onderwijs nodig. Ook belanden ze vaker in de criminaliteit en vallen ze vaker uit op school. Dan hebben we alleen nog maar de kosten op korte en middellange termijn besproken. Terwijl het steeds duidelijker wordt dat kinderen die in hun jeugd zijn mishandeld, ook als volwassenen allerlei problemen ondervinden, die de samenleving geld kost (Eimers Ditty, 2012).

De Adverse Childhood Experiences (ACE) – negatieve jeugdervaringen – studie is één van de grootste onderzoeken ooit uitgevoerd over de relatie tussen traumatische ervaringen in de kinderjaren en gezondheid en welzijn van volwassenen. De studie is een samenwerkingsverband tussen de Centers for Disease Control and Prevention in Atlanta en Kaiser Permanente in San Diego, onder leiding van Dr. Vincent Felitti. Meer dan 17.000 deelnemers die een lichamelijk onderzoek ondergingen koos ervoor om gedetailleerde informatie te verstrekken over hun kindertijd ervaringen inzake mishandeling, verwaarlozing en familiale dysfunctie. Meer dan 50 wetenschappelijke artikelen zijn intussen hieromtrent gepubliceerd. De studies tonen aan dat een trauma tijdens de kindertijd tot negatieve ervaringen gedurende het hele leven van het kind leidt waaronder alcoholisme, drugsmisbruik, depressie, zelfmoordpogingen, hart- en vaatziekten, kanker, chronische longziekte. Een jeugdtrauma is ook in verband gebracht met vroegtijdige veroudering, cognitieve tekorten, verslechtering van het immuunsysteem. Verder onderzoek heeft aangetoond dat emotioneel misbruik leidt tot een verhoogd risico op het ontwikkelen van psychische stoornissen, waaronder schizofrenie.

Gelukkig krijgen de onderzoeksresultaten steeds meer serieuze aandacht. Dat komt mede doordat recent hersenonderzoek aantoont dat omgevingsfactoren als kindermishandeling het DNA (belang immuunsysteem) van kinderen kan veranderen (epigenetische modificatie) (Eimers Ditty, 2012).

Het is duidelijk dat volwassenen met een verleden van mishandeling een groter beroep op de gezondheidszorg doen. Voorts is er de verminderde economische activiteit als gevolg van kindermishandeling. Mishandelde kinderen hebben als adolescent een lager IQ en hun leesvaardigheid is slechter, vergeleken met niet mishandelde kinderen met dezelfde sociale achtergrond. Gemiddeld volgen mishandelde kinderen één jaar minder onderwijs. Dat zal zeker gevolgen hebben op hun latere economische activiteit. (Eimers Ditty, 2012).

Uit de Amerikaanse schatting van 2012, gebaseerd op een grote hoeveelheid nieuwe bronnen, bedraagt de kostprijs van kindermishandeling 124 miljard dollar per jaar voor de Verenigde Staten. Het klakkeloos overnemen van die cijfers is niet doenbaar. Toch is het aannemelijk dat de kostenraming voor Nederland hoger zal uitkomen dan die van Meerding. Naast het leed dat kindermishandeling bij de slachtoffers aanricht, kost het de maatschappij een fortuin.